zee

Zeewind

(voor onze zeemeeuw)
We werden al maanden steeds voller van verwachting. Letterlijk in mijn geval. Ik zwol op tot diepzeese proporties. De laatste twee weken konden we zelfs niet meer aan iets anders denken dan aan jou. En we praatten aldoor over jou. En we probeerde elkaar, we probeerden mij, ervan te overtuigen dat er gewoon een kind uit mij zou komen. Niet een buitenaards wezen of een aap of een zeehond. Want ik dacht: „Wat ik niet kan zien, kan ik ook niet geloven. Alles is nog mogelijk.” Maar niets van wat wij zeiden had mij voor kunnen bereiden op jou. Ja je was een kind. Maar je was ons kind en toen je kwam veranderde alles voor altijd.

Het was een warme dag. De hele week was het al uitzonderlijk zweterig warm. Warmer dan jij en ik eigenlijk konden verdragen, zo met ons tweeën in één lijf. Maar we verdroegen het toch en toen werd het avond. En hoewel buiten de hemel zo open was, dat je recht naar de sterren keek, pakten zich tegen het plafond van de slaapkamer dikke gele wolken samen. Het werd noodweer en dat hield 14 uur aan. Het achtervolgde ons door een zonovergoten straat de ambulance in en bleef hangen in de verloskamer van het ziekenhuis. En toen de kamer versplinterde door het onweer werden jij en ik uit elkaar getrokken.

De zon had buiten alweer uren door de dag gebrand en en er waaiden plukjes opgetogen mensen tegen ons bed. Ze kwetterden en lachten, maar jij en ik snapten nergens meer iets van. We werden verplaatst en ons huis hing binnenstebuiten. Midden overdag knipte de zon uit. We moesten eten terwijl we nog vol van elkaar zaten en huilden van de honger. En ik deed alsof ik jouw moeder was en pappa jouw vader en er was regelmatig overdonderend applaus.

Dat ging jarenlang zo door, tot er plotseling een avond kwam – jij was denk ik twee weken oud – dat alles bedrieglijk gewoon leek. Alle mensen waren teruggekeerd naar hun eigen huizen. Het applaus was verstomd en ik herkende ineens onze zitkamer. En ik dacht: „Oh ja, hier waren we gebleven.” En ik dacht: „Poehpoeh, dat hebben we ook weer gehad.”

Niets was minder waar natuurlijk. Want we waren, eenmaal door de storm gegrepen, gevoelig geworden voor elk zuchtje wind. Maar we hebben leren vliegen en hoewel we nog regelmatig hellemaal in de knoop naar beneden suizen, kunnen we steeds vaker op onze vleugels drijven en komen we ook lang niet altijd meer zo hard neer.

FacebookFacebook

Een gedachte over “Zeewind

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *