vis potvis kroontje

IJsman en Visvrouw deel 2

In het heel diepe zuiden woonde een vrouw. Ze werkte in een vuurwerkfabriek met zevenentachtig andere vrouwen. De vrouwen babbelden van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Over kruit en kleurstof. Over hun kinderen en mannen. Over irrigatiesystemen. Slapen deed ze tussen haar vijf zussen. Die babbelden zelfs in hun slaap. Ze vroegen haar of ze nog een koekje wilde en aaiden haar hand. De vrouw was haar leven lang nog niet alleen geweest. Al zo lang ze zich kon herinneren vroeg ze zich af wie ze was. Vrouw tussen vrouwen. Waar eindigde zijzelf en begon de ander.

Op een dag deed ze wat geks. Midden op de brug over de rivier, waar ze elke ochtend overheen liep naar de fabriek, bleef ze plotseling stilstaan. De vrouwen achter haar botsten tegen haar op en ze viel met een plons in het water. Hoewel ze goed kon zwemmen, zonk ze als een baksteen. Toch verdronk ze niet. Hier moet toverij in het spel zijn, dacht ze. Ze bleef maar zinken. De rivier was verbazingwekkend diep. Na een lange of korte tijd, de vrouw had geen idee, hield het zinken op en bleef ze stil in het water hangen. Even later was ze omringd door een school vissen. Het waren er zoveel dat ze niks anders zag dan vissen, waar ze ook keek. Ze krioelden om haar heen. De vrouw wist niet meer wat onder of boven, of wat voor of achter was. En zodra de vissen gingen zwemmen, moest ze wel mee, of ze wilde of niet. Vanzelf werd ze vooruit gestuwd. Ze zwommen en zwommen. Ze zwommen de rivier uit en dwars door de zee, weer een andere rivier in. En de vrouw zwom mee. Of ze wilde of niet. Dagenlang. Wekenlang. En zoals dat gaat in rivieren sleep het water de vrouw glad. Steeds gladder, tot ze net zo gestroomlijnd was als de vissen om haar heen.

In eerste instantie was de vrouw best tevreden met deze onverwachte wending in haar leven. Dat was weer eens wat anders. Lekker zwemmen, eindelijk weg bij de babbelende vrouwen. Maar na een paar weken zwemmen was de lol daar wel vanaf. En wie ben ik, vroeg ze zich af. Vis tussen vissen. Na nog een paar weken voelde ze zich zelfs vis. Na een jaar vroeg ze zich niks meer af. Ze had nauwelijks nog gedachten. Ze was er alleen nog maar.

FacebookFacebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *