Categorie archief: sprookje

pluisjes

De brommer

Er was eens een jongen. Zijn naam was Wim. Hij had geen vrienden. Zijn vader schreeuwde tegen  hem, zijn moeder jammerde. Op school snapte hij niet zoveel. En wanneer hij het wel snapte, kon hij niet de goeie woorden vinden voor het antwoord. Hij hoopte altijd maar dat zijn cijfer niet hoger werd dan een één, want daar kon hij een nulletje achter tekenen. Dat scheelde weer een beetje geschreeuw en gejammer.
De meeste tijd bracht hij door op zijn kamer met de leesmap van zijn moeder. Die spitte hij van voor tot achter door op zoek naar foto’s van Parijs. Als hij er één vond, trok hij de lijnen over, of hij nam het blad mee naar de Super om te kopiëren. De leesmappen moesten namelijk na een week ongeschonden weer ingeleverd worden. De kopietjes en de tekeningen bewaarde hij in een steeds dikker wordende map in zijn nachtkastje.
Elke avond voor het slapen bladerde hij in zijn map en droomde over Parijs.

Zijn fascinatie was begonnen met een briefkaart van een verre oom die verder nooit wat van zich liet horen. De oom was net in Parijs gaan wonen en daar zo opgetogen over dat hij alle mensen in zijn adresboek een kaart had gestuurd.
Binnen een week was de oom onder een auto gelopen en overleden, maar daar wist Wim niks van. Lees verder De brommer

FacebookFacebook
Naamloos

de Spinster

Ergens in een land onder de wolken woont een meisje. Ze is van het dromerige soort. Dat je haar wat vraagt en ze je recht aankijkt, maar toch geen antwoord geeft. Of zelfs zich midden in een gesprek omdraait en naar buiten loopt. Zo’n vaag meisje, nooit helemaal aanwezig. s’ Ochtends zit ze op school te dromen. s’ Middags droomt ze boven haar huiswerk. En s’ avonds ligt ze wakker in haar bed. Maar als ze eindelijk bijna in slaap valt, dan begint haar werk. Dan zweeft ze in haar halfslaap het bed uit, recht naar boven, door het dakraam. En ze zweeft nog verder. De donkere avond door, boven de verlichte huizen. Hoger. Tot de laagste van de wolken. Daar steekt ze haar hand uit en tast voorzichtig in de volle frisse wolk tot ze een sliertje vind. Ze trekt er aan en en draait het een beetje tussen haar vingers. En trekt nog wat en draait weer. En ze trekt en draait steeds vlugger tot er een lange wolkendraad ontstaat. Die wikkelt ze tot bollen. Als het er genoeg zijn, zweeft ze weer naar beneden met haar armen vol bollen wolkenwol. Lees verder de Spinster

FacebookFacebook
huis 11

IJsman en Visvrouw deel 3 (slot)

De school vissen was na een jaar flink doorzwemmen in het noorden gekomen.  Toevallig lag de ijsberg juist precies in de route. En daar ging de toverij verder. De visvrouw zwom onder de ijsberg door en ze herkende een mens in de donkere vlek. Ze vertraagde en bleef dralen. De visvrouw keek de ijsman aan. Er vonkte iets in de ijsman. Hij begon te ontdooien. De ijsberg smolt. En de man zonder ijsberg zag de vrouw in de vis. Jij, zei de man. En jij, zei de vrouw. Ze zwommen naar de kant. Ergens tussen het zuiden en het noorden bouwden ze een huis. En de vrouw zei soms vriendelijke woorden tegen de man. Maar niet te veel en niet te vaak. En ze keken elkaar recht in ogen. De man vroeg aan de vrouw vertel eens iets over jezelf. En hij liet haar alleen. Maar niet te vaak en niet te lang. Ze gingen er vanuit dat ze nog lang en gelukkig zouden leven. Toch kun je dat natuurlijk nooit weten. Misverstand, ruzie, ongeluk en erger stonden om de hoek te trappelen tot het hun beurt was. Maar dat zijn weer andere verhalen.

FacebookFacebook
vis potvis kroontje

IJsman en Visvrouw deel 2

In het heel diepe zuiden woonde een vrouw. Ze werkte in een vuurwerkfabriek met zevenentachtig andere vrouwen. De vrouwen babbelden van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Over kruit en kleurstof. Over hun kinderen en mannen. Over irrigatiesystemen. Slapen deed ze tussen haar vijf zussen. Die babbelden zelfs in hun slaap. Ze vroegen haar of ze nog een koekje wilde en aaiden haar hand. De vrouw was haar leven lang nog niet alleen geweest. Al zo lang ze zich kon herinneren vroeg ze zich af wie ze was. Vrouw tussen vrouwen. Waar eindigde zijzelf en begon de ander. Lees verder IJsman en Visvrouw deel 2

FacebookFacebook
bubbels 2

IJsman en Visvrouw deel 1

In het heel hoge noorden woonde een man. Hij werkte in de ijsfabriek met honderddertien andere mannen. Elke dag keek hij de mannen in hun gezicht, maar niemand keek terug. Elke avond sjokte hij in zijn eentje naar huis en draaide en woelde de hele nacht. Er gingen dagen voorbij zonder dat er een woord gezegd of een blik gewisseld werd. De man werkte en sjokte en zuchtte. Al zo lang hij zich kon herinneren hoopte hij op een vriendelijk woord van iemand. Onvriendelijk desnoods. Een woord, wat dan ook. Of alleen een blik.
Op een dag deed hij wat anders. Hij sjokte zijn huis voorbij. Lees verder IJsman en Visvrouw deel 1

FacebookFacebook