mol

De plechtigheid

Ja het is waar, hoe dan ook, ik ben een mol. Gister vond ik mijn broertje dood. Hartaanval. Ik haalde snel mijn familie om erover te huilen. Zo doen wij dat in de wereld onder jullie voeten. Huilen als er iemand dood is. Een uur op de klok, dat staat ervoor. Maar onze familie is eigenwijs, wij huilen een uur en een kwartier. Dat is zo vanzelf ontstaan. Na een uur, merkten wij in de loop der jaren, zijn nog net niet alle tranen vergoten.

Daarna begonnen we met de opgravenis. De neven klaarden de klus. Zij deden het harde graafwerk. Vier pogingen hadden ze maar nodig voor het vinden van de perfecte plek. Een uur later lag hij boven. Prachtig in de zon op een steen aan de rand van de rivier, zodat niemand hem per ongeluk weer onder zou graven. Om de beurt kwamen alle mollen heel even boven om hem een laatste keer te besnuffelen en wat aarde van hem af te vegen. Beneden dronken we nog even wat met elkaar voordat we ieder weer onze eigen gangen inkropen.

Zijn hol is nu leeg. Het zal in een paar dagen wel verzakken nu hij het niet meer bijhoudt. Tot die tijd graaf ik er met een flinke boog omheen.

FacebookFacebook
zwarte-kat-breed

Rood

Mijn zwarte kat had een rood bandje om haar nek. Het rood brak het zwart een beetje, maar dat was niet de reden. Kat hield erg van vogeltjes, maar uitte haar liefde helaas op zo’n manier dat er steeds minder vogeltjes overbleven om van te houden. Vaak sprak ik haar ernstig toe: “Als je een vogeltje doodknuffelt, komt die nooit meer terug. Dood is dood, voor altijd. Er komt een dag dat je geen enkel vogeltje meer kunt vinden.” Het deerde haar niks.

Toen bond ik haar een rood bandje om haar nek. Aan het bandje rinkelde een flinke bel, die de vogels waarschuwde voor de naderende hartstocht. Kat vond dat helemaal nergens voor nodig en was een hele ochtend bezig om eruit te springen. Dan veerde ze wat naar achter, concentreerde zich een moment en sprong dan in een mooi boogje door de lucht. Als een leeuw door een hoepel, alleen bleef de hoepel bij haar stevig om d’r nek zitten. Uiteindelijk gaf ze het op. Een hele week bleef het rode bandje stevig om haar zwarte nek zitten. Een hele week bleven de vogeltjes vrolijk rondfladderen. Tot ze op een ochtend intens tevreden voor de deur zat in haar egale zwarte vacht. Geen rood te bekennen. Ze likte haar snor.

Later op die ochtend vond ik onder de tuintafel een rood bandje met een bel. Ernaast een prachtig zwarte merel. Het egale zwart werd gebroken door het rode bloed uit zijn geknakte nekje.

FacebookFacebook
pluisjes

De brommer

Er was eens een jongen. Zijn naam was Wim. Hij had geen vrienden. Zijn vader schreeuwde tegen  hem, zijn moeder jammerde. Op school snapte hij niet zoveel. En wanneer hij het wel snapte, kon hij niet de goeie woorden vinden voor het antwoord. Hij hoopte altijd maar dat zijn cijfer niet hoger werd dan een één, want daar kon hij een nulletje achter tekenen. Dat scheelde weer een beetje geschreeuw en gejammer.
De meeste tijd bracht hij door op zijn kamer met de leesmap van zijn moeder. Die spitte hij van voor tot achter door op zoek naar foto’s van Parijs. Als hij er één vond, trok hij de lijnen over, of hij nam het blad mee naar de Super om te kopiëren. De leesmappen moesten namelijk na een week ongeschonden weer ingeleverd worden. De kopietjes en de tekeningen bewaarde hij in een steeds dikker wordende map in zijn nachtkastje.
Elke avond voor het slapen bladerde hij in zijn map en droomde over Parijs.

Zijn fascinatie was begonnen met een briefkaart van een verre oom die verder nooit wat van zich liet horen. De oom was net in Parijs gaan wonen en daar zo opgetogen over dat hij alle mensen in zijn adresboek een kaart had gestuurd.
Binnen een week was de oom onder een auto gelopen en overleden, maar daar wist Wim niks van. Lees verder De brommer

FacebookFacebook
zee

Zeewind

(voor onze zeemeeuw)
We werden al maanden steeds voller van verwachting. Letterlijk in mijn geval. Ik zwol op tot diepzeese proporties. De laatste twee weken konden we zelfs niet meer aan iets anders denken dan aan jou. En we praatten aldoor over jou. En we probeerde elkaar, we probeerden mij, ervan te overtuigen dat er gewoon een kind uit mij zou komen. Niet een buitenaards wezen of een aap of een zeehond. Want ik dacht: „Wat ik niet kan zien, kan ik ook niet geloven. Alles is nog mogelijk.” Maar niets van wat wij zeiden had mij voor kunnen bereiden op jou. Ja je was een kind. Maar je was ons kind en toen je kwam veranderde alles voor altijd.

Het was een warme dag. De hele week was het al uitzonderlijk zweterig warm. Warmer dan jij en ik eigenlijk konden verdragen, zo met ons tweeën in één lijf. Maar we verdroegen het toch en toen werd het avond. Lees verder Zeewind

FacebookFacebook
Naamloos

de Spinster

Ergens in een land onder de wolken woont een meisje. Ze is van het dromerige soort. Dat je haar wat vraagt en ze je recht aankijkt, maar toch geen antwoord geeft. Of zelfs zich midden in een gesprek omdraait en naar buiten loopt. Zo’n vaag meisje, nooit helemaal aanwezig. s’ Ochtends zit ze op school te dromen. s’ Middags droomt ze boven haar huiswerk. En s’ avonds ligt ze wakker in haar bed. Maar als ze eindelijk bijna in slaap valt, dan begint haar werk. Dan zweeft ze in haar halfslaap het bed uit, recht naar boven, door het dakraam. En ze zweeft nog verder. De donkere avond door, boven de verlichte huizen. Hoger. Tot de laagste van de wolken. Daar steekt ze haar hand uit en tast voorzichtig in de volle frisse wolk tot ze een sliertje vind. Ze trekt er aan en en draait het een beetje tussen haar vingers. En trekt nog wat en draait weer. En ze trekt en draait steeds vlugger tot er een lange wolkendraad ontstaat. Die wikkelt ze tot bollen. Als het er genoeg zijn, zweeft ze weer naar beneden met haar armen vol bollen wolkenwol. Lees verder de Spinster

FacebookFacebook
gras 2

De wraakzuchtige tekenaar

Wisten jullie dat de wereld eigenlijk door tekenaars gemaakt wordt? Ik wist dat niet. Nog nooit zag ik er één of hoorde ik erover. Tot een jaar geleden.
Je moet eerst weten dat ik met vlagen nogal onhandig kan zijn. Ik loop tegen dingen op, laat van alles vallen. Zeg rare dingen op rare momenten. (Laatst liep ik over een terras en in volle vaart meende ik iets op de grond te zien liggen. Om dat fictieve voorwerp te vermijden moest ik zo’n raar sprongetje maken, dat ik bijna viel. Omstanders keken me verbaasd aan, er lag niets. Dit even om een mogelijke oorzaak aan te wijzen voor het feit dat juist ik een tekenaar zag.) Lees verder De wraakzuchtige tekenaar

FacebookFacebook
sterretjes

Hebberigheid

Gisteravond kocht ik in de gedachtenwinkel een gedachte. Ik betaalde met één uur nachtrust. Zo in de winkel leek het een fijne gedachte, over het leven en vergankelijkheid. Maar ’s avonds in bed ontwikkelde de gedachte zich razendsnel tot een heel donkere duisternis. Ik bedoel, zo theoretisch gezien hou ik er wel van wat te mijmeren over vergankelijkheid. Alles stroomt en laat maar los enzo. Maar praktisch komt dat neer op: je kunt elk moment één van je geliefden verliezen, en dat heb ik toch liever niet. Ik draaide en woelde en zuchtte. Veel langer dan het uur dat het had gekost. Lees verder Hebberigheid

FacebookFacebook
huis 11

IJsman en Visvrouw deel 3 (slot)

De school vissen was na een jaar flink doorzwemmen in het noorden gekomen.  Toevallig lag de ijsberg juist precies in de route. En daar ging de toverij verder. De visvrouw zwom onder de ijsberg door en ze herkende een mens in de donkere vlek. Ze vertraagde en bleef dralen. De visvrouw keek de ijsman aan. Er vonkte iets in de ijsman. Hij begon te ontdooien. De ijsberg smolt. En de man zonder ijsberg zag de vrouw in de vis. Jij, zei de man. En jij, zei de vrouw. Ze zwommen naar de kant. Ergens tussen het zuiden en het noorden bouwden ze een huis. En de vrouw zei soms vriendelijke woorden tegen de man. Maar niet te veel en niet te vaak. En ze keken elkaar recht in ogen. De man vroeg aan de vrouw vertel eens iets over jezelf. En hij liet haar alleen. Maar niet te vaak en niet te lang. Ze gingen er vanuit dat ze nog lang en gelukkig zouden leven. Toch kun je dat natuurlijk nooit weten. Misverstand, ruzie, ongeluk en erger stonden om de hoek te trappelen tot het hun beurt was. Maar dat zijn weer andere verhalen.

FacebookFacebook
vis potvis kroontje

IJsman en Visvrouw deel 2

In het heel diepe zuiden woonde een vrouw. Ze werkte in een vuurwerkfabriek met zevenentachtig andere vrouwen. De vrouwen babbelden van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Over kruit en kleurstof. Over hun kinderen en mannen. Over irrigatiesystemen. Slapen deed ze tussen haar vijf zussen. Die babbelden zelfs in hun slaap. Ze vroegen haar of ze nog een koekje wilde en aaiden haar hand. De vrouw was haar leven lang nog niet alleen geweest. Al zo lang ze zich kon herinneren vroeg ze zich af wie ze was. Vrouw tussen vrouwen. Waar eindigde zijzelf en begon de ander. Lees verder IJsman en Visvrouw deel 2

FacebookFacebook